Vijftig tinten pijn

Zeven Vlamingen op tien fantaseren over zweepjes en handboeien in de slaapkamer. Nochtans stuiten koppels die hun sadomasochistische fantasieën uitleven nog altijd op onbegrip. Zijn ze psychisch ziek?

Stelt u zich de volgende situatie voor. U bent een man en u bevindt zich in de onderzoeksruimte van een laboratorium. U heeft net een lichte elektrische schok gekregen en hebt vervolgens plaatsgenomen voor een tv waarop een pornofilm speelt. Uw lichaam hangt vol kabels: elektroden op uw borst en aan uw vingertoppen houden uw hartslag en huidgeleiding in de gaten. Op uw penis zit een sensor die uw seksuele opwinding meet. Aan uw arm zit een snoer vast dat rechtstreeks verbonden is met een elektrische stimulator.

Boven het tv-scherm lichten drie lampjes op in willekeurige volgorde. Het eerste lampje kondigt aan dat er 60 procent kans is dat u een elektrische schok zal krijgen. Brandt het tweede lampje, dan is er ook 60 procent kans dat u een schok krijgt. Maar als u een behoorlijke erectie hebt, ontsnapt u aan die schok. Het oplichten van het derde lampje heeft geen gevolgen.

Bijna de helft van de mannen droomt ervan zijn sekspartner te slaan tijdens het vrijen Het klinkt als een bizar erotisch kortverhaal. In werkelijkheid is het een psychologisch experiment dat David Barlow in 1983 uitvoerde aan de staatsuniversiteit van New York. Samen met zijn collega’s onderzocht hij hoe zijn twaalf proefpersonen reageerden op dit beangstigende experiment. Zoals verwacht waren de proefpersonen bang voor de pijnlijke schok. Maar: dat stond hun seksuele opwinding niet in de weg. Integendeel. Zagen de mannen lampje één branden, dan hadden ze een grotere erectie dan bij lampje drie – waarbij ze zonder gevaar voor een schok naar de pornofilm konden kijken. Bij lampje twee was de erectie het grootst.

Het resultaat weersprak de toen heersende opvatting dat angst lust de kop indrukt. Barlow speelt een twijfelachtige rol in het seksonderzoek. Tot zijn wetenschappelijke
interesses behoorde ook de ‘therapie’ voor homoseksuelen. Toch toont zijn studie aan dat niet alleen positieve gevoelens met seksuele opwinding verweven kunnen zijn. Ook vrees en spanning kunnen in de juiste context stimulerend werken.

Voor sommigen is het spel van macht, onderwerping en pijn een vast bestanddeel van hun seksualiteit. Zo ook voor Luna. ‘Fantasieën en ideeën in deze richting had ik vroeger al, maar pas acht jaar geleden heb ik het begrip BDSM leren kennen’, vertelt ze. BDSM omvat verscheidene seksuele voorkeuren, die gewelddadig, bijna brutaal lijken. Veel van de praktijken zijn ogenschijnlijk in tegenspraak met liberale waarden als zelfbeschikking en gelijkberechtiging.

Mannen of vrouwen slaan hun partner met een zweep, boeien of knevelen hen of wurgen hen tot ze net niet stikken. Ze sluiten hun partner op in een metalen kooi en kwellen hen op gevoelige plekken met wasknijpers of weigeren hen een orgasme te bezorgen. ‘BDSM is altijd gebaseerd op wederzijdse toestemming’, zegt Luna. De ‘dom’ of dominante spelpartner kan zich niet naar eigen goeddunken afreageren op zijn slaaf of ‘sub’.

Toegelaten is alleen datgene waarover beiden het eens zijn. In die zin lijkt BDSM een erotisch rollenspel. Sadomasochistische verhoudingen blijven vaak beperkt tot de slaapkamer. Daarbuiten kunnen de partners even liefdevol met elkaar omgaan als andere koppels, en evenveel vertrouwen en gelijkheid koesteren.

Luna zelf beschouwt zich als dom noch als sub. Ze noemt zichzelf een ‘switch’ omdat ze na elke sessie opnieuw beslist of ze eerder de actieve of passieve rol wil spelen. ‘Meestal is het na korte tijd duidelijk wie van beiden de overhand heeft’, grijnst ze. Op BDSM stuitte ze voor het eerst in het boek De keuze van de kwelling van Kathrin Passig en Ira Strübel, dat ze destijds ontleende bij de plaatselijke bibliotheek. ‘Aan de balie liep ik een beetje rood aan. Ondertussen schaam ik me er helemaal niet meer voor’, vertelt Luna. Ze werkt voor een marketingbureau en volgt daarnaast een master in de sociologie.

Als er onverwacht bezoek voor de deur staat, hoeft ze haar zweepje of touwen niet langer te verstoppen. Haar naaste familieleden en vrienden heeft ze over haar voorliefde verteld. Niemand reageerde afwijzend. Voor een stuk heeft dat ongetwijfeld te maken met de kosmopolitische stad Berlijn, waar ze woont. Daarnaast lijkt de aanvaarding van ongewone seksuele voorkeuren de voorbije jaren te zijn toegenomen, onder meer dankzij de bestseller Vijftig tinten grijs, die inmiddels ook verfilmd is en tien miljoen kijkers trok. Nochtans reageerde de BDSMscene zelf eerder met afkeer.

Het drieluik Vijftig tinten heeft ervoor gezorgd dat BDSM bespreekbaar werd voor een groot publiek, staat ook in het onderzoek van Jantien Seeuws (Universiteit Gent) dat in 2013 werd gepubliceerd. ‘Maar het bevestigt tegelijk het eenzijdige beeld dat veel mensen al hadden van BDSM-relaties. Het cliché wil dat iemand aan BDSM doet omdat hij allerlei traumatische zaken meegemaakt heeft en nu de actieve positie wil innemen in een typische d/s-relatie, waarbij de dom uiteraard de man is.

Ik heb de afgelopen twee jaar veel liefdesverhalen gehoord, maar geen enkel met een perfecte, intelligente, succesvolle en aantrekkelijke meester tegenover een jonge, idyllische deerne zonder ruggengraat in de hoofdrollen. De boekenreeks zorgt er misschien voor dat Vlaanderen even experimenteert met pluimpjes, handboeien en een sporadisch rollenspel, maar vermoedelijk zal die hype de meeste mensen niet aanzetten tot BDSM zoals de respondenten van mijn onderzoek het vaak levenslang beleven. Mensen die BDSM ervaren als een deel van zichzelf hebben geen Vijf tig tinten nodig om dat te ontdekken. Al vinden ze dankzij het boek misschien sneller de weg naar het BDSM-leven.’

Tussen lust en geestesziekte

Lange tijd was het heel anders gesteld met de maatschappelijke acceptatie van zulke fantasieën. De Oostenrijkse psychiater Richard von Krafft-Ebing beschreef in 1886 als eerste twee psychische stoornissen die hij ‘masochisme’ en ‘sadisme’ noemde – refererend aan de schrijvers Leopold von Sacher-Masoch en Markies de Sade. In de schier eindeloze beschrijvingen van geweld van De Sade herkennen de meeste BDSM-aanhangers zich nauwelijks. Krafft-Ebing had ook een idee over de oorzaak van sadisme.

‘De actieve rol van de man, zijn opgave om de vrouw te veroveren, kan onder ziekmakende omstandigheden een verlangen naar onbegrensde onderwerping worden.’ Voor de tegenpool had hij een bijzonder twijfelachtige verklaring bij de hand: ‘De geslachtelijke onderwerping’ zou de basis vormen (…) ‘waaruit de hoofdwortel van het masochisme ontspruit’, schreef hij in zijn belangrijkste werk Psychopathia sexualis.

Ook de psychoanalyse beschouwde sadisme en masochisme in de eerste plaats als ziektefenomenen. Zo zag Wolfgang Berner traumatische ervaringen in de kindertijd als oorzaak van sadistische driften. In het bijzonder een ‘speels-agressief plagen’ (‘teasing’) door de moeder. De meeste van deze psychoanalytisch georiënteerde verklaringen zijn gebaseerd op meldingen van BDSM-aanhangers die in psychiatrische behandeling waren.

De mogelijkheid dat sadomasochistische praktijken ook gezond kunnen zijn en in onderling overleg uitgeleefd worden, wordt zo van tevoren uitgesloten. BDSM-verlangens komen vaker voor dan gedacht. Dat is tenminste het resultaat van een online enquête uit 2014 van de Canadese psycholoog Christian Joyal van de universiteit van Québec
in Trois-Rivière. 44 procent van de bevraagde mannen en 24 procent van de vrouwen hadden er minstens al één keer over gefantaseerd een andere persoon tijdens een vrijpartij te slaan.

Over dagdromen met handboeien rapporteerde bijna de helft van de 1.500 deelnemers. Ongeveer 3 op de 10 bevraagden hadden zich al een keer voorgesteld tot seks te worden gedwongen. In de meeste gevallen bleef het bij fantasie – wat in gedachten opwindend is, hoeft dat niet in het echte leven te zijn. Het aantal actieve sadomasochisten valt veel kleiner uit. De Australische onderzoeker Juliet Richters (universiteit van New South Wales, Sydney) voerde in 2008 een representatieve steekproef uit bij 20.000 van haar landgenoten.

Een kleine 2 procent meldde in het voorbije jaar BDSM te hebben beoefend. Bij hetero’s was het percentage kleiner dan bij homo- en biseksuelen, bij mannen wat hoger dan bij vrouwen. De proefpersonen kregen ook vragen over mogelijke angsten en problemen met seksualiteit. Daarover konden de onderzoekers bij de BDSM-fans geen opvallende zaken vaststellen. De mannelijke sadomasochisten meldden zelfs minder psychische stress te hebben dan de andere deelnemers.

Bevragingen in Nederland en België leveren andere cijfers op, die onderling ook nog eens sterk verschillen. Een enquête uit 2006 van Rutgers Nisso Groep bij 4.000 Nederlanders suggereert dat 7 procent ‘wel eens’ aan SM-seks doet. 14 procent van de BDSM-fans in Nederland is ooit in behandeling geweest bij een psycholoog, psychiater of seksuoloog vanwege die BDSM-voorkeur, zo blijkt dan weer uit een studie van Ateno in opdracht van de overheid uit 2015.

In Vlaanderen geeft ‘slechts’ 0,9 procent in een studie van de Universiteit Gent toe aan SM of bondage te doen. Een bachelorproef van Habiba Saebu (Universiteit Tilburg) gaat in op de vraag of de fans van BDSM bepaalde persoonlijkheidskenmerken gemeen hebben. Daarvoor gebruikt Saebu het populaire model van de ‘Big Five’. De 900 ondervraagde sadomasochisten bleken gemiddeld gewetensvoller, extraverter, minder neurotisch en opener voor nieuwe ervaringen dan mensen die het bij huis-, tuin- en keukenseks hielden. Alleen op het gebied van verdraagzaamheid, waar anderen helpen toe behoort, leek de controlegroep het iets beter te doen.

Sensatiezoekers Van enige psychische stoornis lijkt dus geen sprake. Maar de vraag blijft: waarom verlangen veel mensen naar een seksualiteit vol actie, met handboeienspelletjes, pijn en onderwerping, terwijl anderen tevreden lijken met het klassiekste standje uit het handboek seksuele voorlichting? Mogelijk hangt dat samen met het zoeken naar sensatie – ook een persoonlijkheidskenmerk.

De Amerikaanse psycholoog Marvin Zuckerman (University of Delaware,VS) gaat ervan uit dat ieder mens zich bij een bepaald fysiologisch opwindingsniveau het lekkerst voelt. Bij sommigen onder ons ligt dat punt erg laag: geef hen een fris pilsje en een spannende detective op tv en ze zijn tevreden. Anderen vervelen zich dan dood. Deze ‘high sensation seekers’ proberen volgens Zuckermans theorie hun optimale opwindingsniveau te bereiken via gevarieerde en intensieve ervaringen – bijvoorbeeld met agressieve muziek of extreme sport. Of nog: met ongewone seksuele praktijken.

Sociaal psycholoog Erich Witte van de Universität Hamburg heeft dat vermoeden empirisch getest. Daarvoor rekruteerde hij vrijwilligers via een advertentie in een SM-tijdschrift en liet hij hen een aantal vragenlijsten invullen. Wat bindingsstijl en relatietevredenheid betreft, kon Witte geen verschil ontdekken tussen de BDSM’ers en een controlegroep. Ook van traumatische ervaringen in de kindertijd maakten ze niet vaker gewag. Het enige onderscheid: ze neigen daadwerkelijk eerder tot sensatie zoeken, en ze hielden van nieuwe en opwindende ervaringen.

Die opwinding heeft impact op hun hormoonspiegel. Dat blijkt uit een studie uit 2008 van de Amerikaanse psycholoog Brad Sagarin (Northern Illinois University in DeKalb). Zijn onderzoeksteam bezocht een BDSM-party en wierf proefpersonen onder de aanwezige gasten. Aan de 58 vrijwilligers werd gevraagd voor en na hun seksuele avonturen diverse speekselmonsters af te staan. Een analyse van die stalen maakte duidelijk dat BDSM-party’s de cortisolspiegel duidelijk de hoogte in jagen.

Cortisol is een boodschapperstof die het lichaam afscheidt bij stress, zoals voor een bezoek aan de tandarts of bij een parachutesprong. Dat gold overigens alleen voor de subs, de onderworpen partners. Bij de dominante partner bleef het cortisolniveau hetzelfde – vermoedelijk omdat die de touwtjes in handen had en de situatie dus als beheersbaar ervoer. Veertig minuten na het einde van het treffen daalde de cortisolspiegel van de subs weer. Tegelijkertijd meldden de deelnemers zich nu dichter bij hun spelpartner te voelen.

Het internationaal erkende classificatiesysteem ICD-10 voert sadomasochisme zoals vroeger weer op als een stoornis – in hetzelfde rijtje als pedofilie en exhibitionisme. Het Amerikaanse diagnosehandboek DSM staat sinds 2013 de diagnose ‘parafiele stoornis’ alleen nog toe als de betrokkene lijdt onder zijn fantasieën of anderen schade toebrengt. Sindsdien geldt BDSM met wederzijdse instemming nog wel als van de norm afwijkend, maar kan het niet langer als stoornis worden gediagnosticeerd. Daarvoor was het volgens de Amerikaanse wet nog mogelijk om ouders het zorgrecht voor hun kinderen te ontnemen als er aanwijzingen voor BDSM waren.

Toch zit er aan BDSM-romans als Vijftig tinten grijs nog een smet als zouden zulke praktijken aanstootgevend, gestoord of pervers zijn. Dat is ook een probleem voor de psychotherapie. 'Als patiënten over hun voorliefde voor BDSM vertellen, denken veel therapeuten dat een eventueel aanwezige depressie zal milderen als ze stoppen met BDSM’, stelt gedragstherapeut Gabriel Wichmann. Volgens hem is het erg moeilijk om een therapeut te vinden die hun seksualiteit niet onnodig problematiseert.

Wichmann draait het om. Het zwaartepunt ligt in zijn praktijk op BDSM, homoseksualiteit en trans-identiteit. ‘De meeste van mijn patiënten gaan op een heldere en afgewogen manier om met BDSM. Ze komen vaak wegens heel andere problemen, maar willen dit thema niet uit de therapie bannen omdat seksualiteit nu eenmaal bij het leven hoort.’ Als er een specifiek BDSM-probleem is, zal de patiënt dat meestal zelf aankaarten. ‘Zelfzorg is bij de meeste stoornissen belangrijk, en wat dat betreft vormen BDSM-aanhangers geen uitzondering’, meent Wichmann. ‘Dat zet zich natuurlijk verder in bed: doe ik dit nu omdat ik het zelf fijn vind of om mijn partner een plezier te doen? Hoe stel ik mijn persoonlijke grenzen?’

Over thema’s als consensus en grenzen stellen wordt ook in de BDSM-community gediscussieerd. Veel praktijken kunnen gevaarlijk zijn als ze onachtzaam worden uitgevoerd. Zweepslagen kunnen blijvende littekens met zich meebrengen, slecht uitgevoerd knevelen kan leiden tot blessures en zenuwbeschadigingen. Wurgspelletjes kunnen in het ergste geval dodelijk zijn. In Nederland zegt 14 procent van de BDSM-adepten bijvoorbeeld al eens een arts te hebben bezocht wegens verwondingen of blessures.

‘Wie handboeien gebruikt, zou daar een cursus over moeten volgen’, waarschuwt Luna. Je vooraf informeren is inderdaad belangrijk. Veel BDSM’ers spreken voor het spel een safe word af – een codewoord waarmee de onderdanige partner de sessie op elk moment kan afbreken als het hem of haar te veel wordt. ‘Ik speel het liefst met mensen bij wie ik geen safe word hoef te gebruiken', vervolgt Luna. ‘Als het zo ver komt, is er vooraf al iets misgelopen in de communicatie.’

Volgens een bekend basisprincipe zou BDSM altijd veilig, met gezond verstand en met wederzijdse instemming moeten worden bedreven. Luna is daar sceptisch over: ‘Niets is volledig zeker.’ We kunnen de gevolgen van onze handelingen niet altijd overzien. ‘Belangrijker is de risico's goed af te wegen. Meestal werkt het heel goed.’ Al heeft ze zelf ook al nare ervaringen. ‘Als er heet kaarsvet over je rug druppelt, pas dan op dat je de wiek niet uitdooft! Dat geeft sporen die je drie jaar ziet.’

Zulke tips staan in geen enkel boek. Luna raadt beginners aan om samen met andere BDSM-geïnteresseerden samen het milieu te verkennen en een netwerk te vormen. ‘Zelfs in kleine steden bestaan er ondertussen cafés waar liefhebbers elkaar treffen, zegt ze. ‘Er is wel een beetje lef voor nodig. Veel nieuwelingen zijn bang achteraf door anderen herkend te worden.’ Maar zij heeft geleerd: ‘De mensen die daar zitten, voelen hetzelfde als jij!’

EOSwetenschap

Reacties

Populaire posts van deze blog

Een pleidooi voor de weifelende onderdanige man

Banner en linkenruil

Hoe het ooit allemaal begon